HOME
SINT JACOB
HET PLAN
ROUTE
DAGBOEK
GASTENBOEK
   

 

 

 




 

 

 

 

 


 

Op zoek naar Sint Jacob

In Galicië, het Keltenland ten noorden van Portugal, ligt niet ver van de Atlantische kust de oude pelgrimsstad Santiago de Compostela. Van oudsher wordt hier de leerling van Christus, Jacobus de Meerdere, vereerd. Uit de vondst van Friese munten is komen vast te staan, dat in de negende en de tiende eeuw pelgrims uit onze landen zijn getrokken naar het vermeende graf van Sint Jacob (in het Spaans: Sant Iago). Sindsdien is de stroom pelgrims nooit meer opgehouden, ondanks reformatie en revolutie, opstand en oorlog. Op het hoogtepunt van de faam van Santiago, in de twaalfde eeuw van onze jaartelling, trokken jaarlijks een half miljoen pelgrims naar de stad. Op een West-Europese bevolking van zo'n vijftig miljoen betekende dat één procent! In de loop der eeuwen raakte het pelgrimeren naar Santiago de Compostela heel geleidelijk in onbruik...
Het dieptepunt lag in de eerste helft van de 20e eeuw, toen nog maar een enkeling van buiten Spanje de tocht ondernam. Na de tweede wereldoorlog is het tij langzaam gekeerd. In 1993 kwamen bijna 100.000 mensen in Santiago aan, na minimaal 100 km te voet of 300 km per fiets te hebben afgelegd. Dat jaar was een zogenoemd "Heilig Jaar", omdat het naamfeest van Sint Jacob (25 juli), op een zondag viel. In 1999, het volgende Heilig Jaar, waren dat ruim 150.000 mensen. 2004 is ook een Heilig Jaar. Er zijn in 2004 in totaal 179.944 pelgrims in Santiago de Compostela aangekomen!!

Legende

De legende rondom Sint Jacob ontstond door de hulp die hij de christenlegers verleende in de veldslagen bij Clavijo, midden negende eeuw. De Spanjaarden waren in opstand gekomen tegen hun Moorse overheerser, die ze jaarlijks honderd meisjes moesten leveren voor zijn harem. Het verhaal wil dat zij op het kritieke moment van de slag door Sint Jacob werden geholpen. Sindsdien wordt hij vaak afgebeeld als een ridder te paard met het zwaard in de hand: el matamoros, de morendoder. Ook ziet men vaak het beeld van Sint Jacob als pelgrim, een merkwaardig cacaobuseffect. Overigens wordt dat in curiositeit nog overtroffen door de afbeelding van het Christuskind in de uitmonstering van een peglrim naar Santiago!

Waarom op weg

In de Middeleeuwen trok de pelgrim op de eerste plaats uit devotie voor Sint Jacob. Het geloof van de middeleeuwse mens was als uit steen gehouwen, uit een stuk, samenhangend, homogeen, onveranderderlijk. Hemel en hel lagen dichtbij. Het leven was een pelgrimage:boetetocht en opgang naar de hemel tegelijk. In de onzekerheid van de wereld was het geloof de enige zekerheid. Maar dan wel een zekerheid tussen hoop en vrees, vol duivels en heksen, weerwolven en monsters zoals Jeroen Bosch die heeft geschilderd. In dit geloof klampte men zich vast aan tastbare bewijzen: aan relieken en relikwieen, bewijsmateriaal om zichzelf te overtuigen. Het waarnemen met de zintuigen moest steeds opnieuw bevestigd en aangevuld worden: een dwangmatigheid die leidt tot ongedurigheid. Men vertrekt uit onrust, maar heeft in den vreemde heimwee naar huis. Maar ook meer aardse motieven moeten genoopt hebben tot het aangaan van het grootse avontuur.
Boerenzonen, gedreven door honger en horigheid; monniken, ontvluchtend aan orde en regelmaat; schuldenaars die geen andere uitweg meer zagen. Ook ging men vaak de tocht aan ter inlossing van een gelofte. Of als boetedoening, vrijwillig of opgelegd door biechtvader of burgerlijk rechter, wanneer men een misdrijf had begaan. Men moest dan onderweg bidden voor het zieleheil van zijn slachtoffer en van zichzelf. Bovendien was de gemeenschap zo voor een tijdje verlost van een lastpak en misschien kwam hij ook wel niet meer weerom………De pelgrimstocht is tegelijkertijd ballingschap en boete, bedevaart en godsgericht.
Zowel Albert als Peter hebben hun redenen om deze pelgrimstocht te volbrengen.

Pelgrimswegen

De "Camino de Santiago", zo noemen de Spanjaarden de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela. In feite gaat het om meerdere routes. Vanuit bijna alle hoeken van Europa leidden er vroeger wegen naar Santiago. Steeds meer van die eeuwenoude wegen worden nu opnieuw beschreven en bewegwijzerd. Eerst in Spanje en Frankrijk, maar inmiddels ook in de omringende landen. Er zijn nu al routes helemaal vanaf de (Nederlandse) Waddenzee, vanaf de Duits-Tsjechische en de Duits-Poolse grens, en vanaf Wenen naar Santiago de Compostela.
Er zijn grofweg vier routes door Frankrijk, de hoofdroute door Spanje (inclusief enkele varianten) èn enkele aanlooproutes vanuit Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.
Sinds ruim een jaar is het mogelijk om helemaal vanuit Nederland, via België en Frankrijk, naar Santiago de Compostela te lopen aan de hand van reisgidsen èn markeringen onderweg. Deze route loopt via Vézelay (Frankrijk) en heeft voor sommigen het nadeel dat het niet de kortste weg is. Bovendien is er van het traject in België en het eerste stuk in Frankrijk nog geen Nederlandstalige beschrijving (wel een Franstalige en, deels, een Duitstalige). Dat neemt niet weg dat het, voor diegenen die deze route willen  gebruiken, een stuk makkelijker is geworden om hun weg te vinden. Sommige lopers maken -bij gebrek aan andere informatie- gebruik van de westelijke variant, omdat deze korter is dan de hiervoor genoemde looproute over Vézelay. 
Wij hebben echter gekozen om te gaan fietsen.
Voor fietsers bestaan er -al langere tijd- zelfs twee, volledig èn in het Nederlands beschreven routes naar Santiago: één door West-Frankrijk, de andere door het midden. Hiervoor hebben wij gebruik gemaakt van de de SINT JACOBS fietsroute. Dit is een serie die bestaat uit drie boekjes en uitgegeven wordt door PIROLA uit Schoorl.

De Tocht: voorbereiding

Uit alle delen van de wereld gaan pelgrims op pad naar Santiago de Compostela, om heel verschillende redenen. Jong en oud. Lopend, op de fiets of zelfs te paard. De één neemt alle tijd, een ander is gebonden aan een bepaalde periode. Velen zoeken de eenvoud en het gezelschap in "refugios" (pelgrimsherbergen), anderen hechten meer aan comfort en privacy. De voorbereiding zal dus voor iedereen anders zijn. Hetzelfde geldt voor de keuze van de uitrusting. Aanbevolen is maximaal 10% van het lichaamsgewicht aan bagage meenemen. De ander neemt maar liefst 15% mee. Uiteindelijk hangt dat natuurlijk sterk samen met ervaring en conditie, met de periode waarin je gaat,en met de keuze van de route (langs de drukke routes staan immers veel "gites" en "refugios").
Wij hebben gekozen voor de fiets. Dit betekende dat wij reeds in het voorjaar van 2005 aan het trainen zijn geslagen. Iedere zondag samen op de fiets, door weer en wind, zin of geen zin. Peter heeft met het UWV fietsplan een voor dit doel geschikte fiets aangeschaft. Albert was al in het bezit van een knap Koga-Myata worldtraveller. En wat mij verraste, Hij heeft met zijn gezin in 2002 reeds het eerste deel van de tocht gedaan.